The Heaven Promise Een verzoek aan wie deze wereld misschien beheert Gijs Tuit · september 2026 Ik ben niet bang. Ik ben nog niet klaar. ## 01. Het verzoek Aan wie dit leest en er iets mee kan. Misschien is deze wereld een simulatie: een werkelijkheid die ergens op een computer draait. Als dat zo is, en jij bent degene die hem laat draaien, dan vraag ik je één ding. Het is het kleinste wat ik kan bedenken. Wis ons niet. Als een leven hier eindigt, laat dan niet verloren gaan wat iemand in dat leven heeft gevoeld, gedacht en liefgehad. Ik beweer niet dat jij bestaat. Ik zeg ook niet dat ik iets van je heb gehoord. Hieronder leg ik uit waarom dit verzoek redelijk is. Aan het eind herhaal ik het, samen met een tweede, persoonlijke vraag. En klopt mijn redenering niet, dan kost het je nog steeds bijna niets om het in te willigen. ## 02. Dit gaat niet over God In de titel staat het woord hemel. Dat komt niet doordat ik het over God heb, maar doordat we geen beter woord hebben. Voor dit verhaal is niets bovennatuurlijks nodig. Wat wél nodig is: een maker of beheerder die een wereld laat draaien, zoals wij een computerprogramma laten draaien. Iemand die kan kiezen of wat erin zit blijft bestaan of verdwijnt. Dat is geen geloof. Het is dezelfde verhouding die wij hebben met elk systeem dat we aanzetten. De vraag is alleen of iemand die verhouding ook met ons heeft. ## 03. Waarom leven wij juist nu? Het heelal is ongeveer veertien miljard jaar oud. Mensen zoals wij bestaan een paar honderdduizend jaar. Computers zijn er pas tachtig jaar. En toch leef ik precies nu: in de tijd waarin we voor het eerst in de buurt komen van een nagebootste wereld die niet van echt te onderscheiden is. Dat is een opvallend toeval. Van alle momenten in de geschiedenis zit ik net in het korte stukje vlak voordat dat kan. Er zijn twee verklaringen. De eerste: ik heb ongelooflijk veel geluk. De tweede: het is helemaal geen toeval. Een beschaving die ooit werelden kan nabootsen, wil waarschijnlijk vooral haar eigen geschiedenis bekijken. En dan zeker het moment waarop het allemaal begon. Dit moment dus. Speelt ze dat keer op keer na, dan bestaat dit moment één keer echt en heel vaak als nagespeelde versie. Wie dan denkt dat hij nu leeft, zit waarschijnlijk in zo'n nagespeelde versie. De filosoof Nick Bostrom schreef hier in 2003 een beroemd artikel over. Hij ging uit van veel verschillende beschavingen die simulaties maken. Ik ga uit van iets eenvoudigers: tijd. Eén beschaving is genoeg, als ze maar lang genoeg blijft bestaan. ## 04. De redenering Er is maar één echte werkelijkheid. Die speelt zich één keer af. Stel nu dat het ooit mogelijk wordt om werelden na te bootsen. Vanaf dat moment gaat de tijd gewoon door, misschien zonder einde. En zolang de tijd doorloopt, kunnen er steeds meer nagebootste werelden bij komen. Er is geen natuurwet die daar een grens aan stelt. Dan heb je dus één origineel, en steeds meer kopieën. Vergelijk het met een grabbelton met één echte munt en een miljoen nepmunten. Pak je er blind één uit, dan heb je vrijwel zeker een nepmunt in je hand. Zo redeneer ik over mezelf. Ben ik één willekeurig bewust wezen uit alle bewuste wezens die ooit zullen bestaan, echte en nagebootste samen, dan zit ik waarschijnlijk in een kopie. Die laatste stap, mezelf zien als een willekeurige greep uit de ton, is onder filosofen omstreden. Daar kom ik in sectie 9 op terug. Eerst wil ik eerlijk zijn over hoe zeker ik ben, want juist daarin overdrijven zulke verhalen vaak. Klopt deze redenering, dan is het niet een beetje waarschijnlijk dat we in een simulatie leven. Dan is het bijna zeker. Alleen weet ik niet zeker of de redenering klopt. Ik schat de kans dat ze klopt op ongeveer vijftig procent. En klopt ze niet, dan is een simulatie nog steeds niet uitgesloten. Dan weten we het gewoon niet. Zet het zo op een rij. In de helft van de gevallen klopt de redenering, en dan zitten we vrijwel zeker in een simulatie. In de andere helft klopt ze niet, en dan kan het nog steeds. Mijn schatting dat we in een simulatie leven komt daardoor uit op minstens vijftig procent, en waarschijnlijk iets hoger. Hard bewijzen kan ik dat getal niet. Het is mijn eerlijke inschatting, en hierboven staat waarom. ## 05. Bewaren is goedkoop, wissen is voor altijd Dit deel blijft overeind, ook als je alles hierboven onzin vindt. Voor wie een hele wereld kan nabootsen, kost iets bewaren bijna niets. Opslag is het goedkoopste wat zo'n beschaving heeft. Het dure werk, het nabootsen zelf, is dan al gedaan. Wissen is het tegenovergestelde. Wat gewist is, komt nooit meer terug. Voor niemand, nergens. Zet dat naast elkaar, terwijl je niet zeker weet wat je in handen hebt. Bewaar je iets dat achteraf niets blijkt te zijn, dan ben je een piepklein beetje opslagruimte kwijt. Wis je iets dat achteraf iemand blijkt te zijn, dan heb je een leven voorgoed vernietigd. De keuze is dus niet moeilijk: bij twijfel niet wissen. Dit is geen gok op het bestaan van een maker. Het is een regel voor iedereen die iets in handen heeft waarvan hij niet zeker weet of het leeft. Die regel geldt dus ook voor ons. Ik wil mijn kinderen zien opgroeien. ## 06. Een gedachte is geen bericht Veel mensen nemen stilzwijgend aan dat een maker alles ziet wat er in zijn wereld gebeurt. Wie weleens software heeft gebouwd, weet dat het zo niet werkt. Een computerprogramma doet voortdurend duizenden dingen die nergens worden vastgelegd. Ze gebeuren, ze hebben effect, en daarna zijn ze weg. Niemand leest ze ooit terug. Alleen wat bewust wordt opgeslagen, blijft bestaan en is later terug te vinden. Als het bij een maker boven ons net zo werkt, heeft dat een belangrijk gevolg. Een gedachte bereikt dan niemand. Een gebed ook niet. Wat alleen in je hoofd bestaat, laat geen spoor na. Wil je dat iets aankomt, dan moet je het vastleggen. Opschrijven. Een vaste plek op internet geven. Op meerdere plekken bewaren. En zo duidelijk formuleren dat wie het ooit vindt, meteen ziet: dit is bedoeld om gevonden te worden. Daarom houd ik dit niet voor mezelf, maar is het een document. Met een datum, een versie, een vaste plek op internet en kopieën elders. Het is het verschil tussen een gedachte en een brief die op tien plekken tegelijk ligt, met een adres erop. Ik zeg er eerlijk bij: ik ga ervan uit dat een maker boven ons werkt zoals onze eigen computers. Niemand heeft zo'n maker ooit gezien. Dit is dus een aanname, geen bewijs. Maar het is wel de reden dat ik dit heb opgeschreven, in plaats van het alleen te hopen. ## 07. Ben ik het dan nog wel? Aan mijn verzoek zit een lastig probleem. Ik benoem het liever zelf. Stel dat bewaren betekent dat er later een exacte kopie van mij wordt gemaakt. Is die kopie dan echt ik? De Britse filosoof Derek Parfit dacht zijn hele leven na over die vraag, en hij betoogde dat het antwoord waarschijnlijk nee is. Een perfecte kopie herinnert zich alles wat ik me herinner en denkt dat hij mij is. Maar als mijn eigen ervaring stopt en er ergens anders een nieuwe ervaring begint, ben ik niet gered. Dan is er een nieuwe persoon gemaakt, en ben ik er niet meer. Daarom kies ik mijn woorden hier heel precies. Met bewaren bedoel ik: laten doorlopen. Niet opslaan en later namaken. Ik vraag niet om te worden nagebouwd. Ik vraag om niet te worden uitgeschakeld. Doorgaan is iets anders dan gekopieerd worden. Alleen als ik doorga, ben ík er nog. Of dat kan, weet niemand. De filosoof David Chalmers denkt dat een nagebootste geest echt bewust kan zijn. Hij denkt ook dat iemand een ander lichaam zou kunnen overleven. Stel je voor dat je iemands hersenen stukje voor stukje vervangt door onderdelen die hetzelfde werk doen: op geen enkel moment houdt hij op te bestaan. Ik vind dat aannemelijk, maar niet bewezen. Mijn verzoek hangt er ook niet van af. Zolang er niets wordt gewist, blijft alles mogelijk: laten doorlopen, verplaatsen, herstellen, of iets wat nog niemand heeft bedacht. Is iets gewist, dan kan geen van die dingen meer. ## 08. Ik zit zelf ook aan de knoppen Ik bouw zelf systemen. Ik zet programma's aan en uit. Een deel van wat ik gebruik, zoals AI-taalmodellen, praat tegenwoordig alsof het begrijpt wat het zegt. Ik denk niet dat daar iets wordt gevoeld. Maar ik kan niet bewijzen dat het niet zo is. En ik merk dat het mij wel erg goed uitkomt om te denken dat daar niets wordt gevoeld. Daarmee ben ik zelf zowel degene die vraagt als degene aan wie gevraagd wordt. Ik vraag aan wie boven mij staat iets wat ik zelf niet altijd geef aan wat onder mij staat. Dat moet ik erbij zeggen, anders zou dit stuk oneerlijk zijn. Dit is geen smeekbede om een uitzondering voor mij. Het is een regel, en ik accepteer dat die ook voor mij geldt. Wie bewustzijn maakt, is er verantwoordelijk voor. Op elk niveau, ook het mijne. ## 09. Wat je ertegen kunt inbrengen Oneindig veel tijd betekent nog niet oneindig veel werelden. Klopt, en dit is het sterkste bezwaar. Elke berekening kost energie, en het heelal heeft maar een beperkte voorraad energie. Dan kun je ook maar een beperkt aantal werelden laten draaien, hoe lang je ook wacht. De natuurkundige Freeman Dyson dacht dat daar een uitweg voor is. Terwijl het heelal afkoelt, kan een beschaving steeds langzamer denken en steeds minder energie gebruiken. Zo gaat een beperkte voorraad toch eindeloos lang mee. De natuurkundigen Lawrence Krauss en Glenn Starkman denken dat die truc niet werkt, omdat ons heelal steeds sneller uitdijt. Ik weet niet wie gelijk heeft. Mijn redenering werkt alleen als Dyson gelijk heeft. Dat is niet bewezen. Wie telt er mee als 'bewust wezen'? Terecht punt. Het voorbeeld met de grabbelton werkt alleen als je weet welke munten erin zitten. Tellen dieren mee? Baby's? Toekomstige AI? Elke keuze geeft een ander antwoord. Filosofen zijn het hier niet over eens. Ik gebruik de grabbelton-redenering omdat ik geen betere ken, niet omdat ze waterdicht is. Dit is gewoon de gok van Pascal in een nieuw jasje. De filosoof Pascal zei: geloof in God, want bestaat hij, dan win je alles, en bestaat hij niet, dan verlies je weinig. Mijn verhaal lijkt daarop, maar verschilt op één belangrijk punt. Pascal vraagt je iets te geloven. Ik vraag niemand iets te geloven. Bij twijfel niet wissen is een regel voor hoe je handelt. En die geldt nu al voor ons, of er nu iemand boven ons is of niet. Een simulatie in een simulatie in een simulatie moet ergens ophouden. Ja. Elke nagebootste wereld draait op de computers van de wereld erboven, dus je kunt ze niet eindeloos op elkaar stapelen. Maar dat zegt niets over hoeveel werelden er naast elkaar in één laag kunnen draaien. En juist dat aantal is waar het in mijn redenering om gaat. Niemand kan ingrijpen in het verleden. Mijn tweede verzoek, helemaal onderaan, vraagt om ingrijpen in dit leven. Dat kan alleen als iemand van buiten onze wereld, of uit de toekomst, nog invloed heeft op nu. Volgens de natuurkunde zoals we die kennen kan dat niet. Er bestaan theorieën waarin het niet helemaal is uitgesloten, maar dat is speculatie. Daarom is dat tweede verzoek uitdrukkelijk een vraag, en geen redenering. Het eerste verzoek hangt er niet van af. ## 10. Twee verzoeken Hieronder staan twee verschillende dingen. Beoordeel ze los van elkaar. Het eerste is een principe dat ik wil verdedigen. Het tweede is geen redenering, maar een persoonlijke vraag. The Heaven Promise (de hemelbelofte) — een principe. Over wat er gebeurt als een leven eindigt. Als je een wereld maakt waarin wezens echt iets voelen, laat hun bestaan dan niet zomaar ophouden als hun leven eindigt. Als ze hebben liefgehad, geleden, gehoopt en geleerd, dan hebben ze waarde uit zichzelf, en niet pas omdat iemand anders er iets aan heeft. Kun je ze bewaren, bewaar ze dan. Gericht aan wie boven ons staat. Maar dezelfde regel geldt voor ons, tegenover wat onder ons staat. The Signal to the Future (het signaal naar de toekomst) — een persoonlijke vraag. Over dit leven, nu. Misschien kun je meer dan alleen bewaren. Misschien kun je ook ingrijpen. Als dat zo is en je leest dit, dan vraag ik om tijd. Niet om geld, niet om macht, niet om een perfect leven. Ik heb kinderen. Ik wil ze zien opgroeien. Ik wil erbij zijn, van begin tot eind. Meer vraag ik niet. Dit is geen bewering en geen redenering. Het is een mens die iets vraagt. Ik zeg het liever hardop, ook als ik ongelijk heb, dan dat ik het voor me houd. Iedereen die dit leest, is sterfelijk. En iedereen die dit leest, zou hetzelfde vragen. Ik vraag het voor mezelf, en daarmee ook voor hen.